Je hebt een boerderij, een paar dieren, een mooie schuur en genoeg verhalen om een heel boek mee te vullen. Toch draait de onderneming op één inkomstenstroom: de verkoop van producten of de landbouwopbrengst. Elke tegenvallende zomer voel je direct in je portemonnee, vooral wanneer je als ondernemer hoge vaste lasten hebt. Als dat herkenbaar klinkt, is de manier waarop Yvon Jaspers haar Hoeve Ravenstein heeft omgebouwd tot een veellaags businessmodel een interessante spiegel om even in te kijken.
Dit artikel ontleedt haar aanpak niet om je te vertellen dat jij ook een tv-programma moet presenteren. Het gaat om de onderliggende principes van haar boerderijtoerisme-verdienmodel, want die zijn wél kopieerbaar, ook zonder camera’s of een landelijke naam.
De anatomie van het model: vijf inkomstenstromen rond één locatie
Wat Jaspers opbouwde rond haar boerderij in het Brabantse land is in essentie een klassieke multi-revenue-aanpak, maar dan toegepast op een agrarische omgeving. Grofweg zijn er vijf stromen te onderscheiden: media-inkomsten via televisie, boekverkoop, toeristische bezoeken aan de boerderij zelf, merchandise en productlabels, en licenties of co-brandingdeals met externe partners.
Wat die aanpak krachtig maakt, is niet de omvang van elke stroom afzonderlijk, maar de manier waarop ze elkaar versterken. Dat noemen we het vliegwieleffect, en daar kom ik zo op terug.
Stroom 1: de boerderij als mediaproperty
Een tv-programma als Boer zoekt Vrouw of haar eigen Hoeve-documentaires zijn niet alleen entertainment. Ze zijn een marketingmachine die wekelijks miljoenen mensen een locatie laat zien, een gevoel oproept en verlangen creëert. De boerderij wordt een herkenbare plek, iets wat mensen willen bezoeken, willen aanraken.
Voor jou als ondernemer zonder televisiecontract klinkt dit als een doodlopende weg, maar dat is het niet. Media is veel breder dan tv. Een consistente aanwezigheid op Instagram, een YouTube-serie over het seizoen op jouw bedrijf, of een samenwerking met een regionale podcast kunnen hetzelfde principe activeren op kleinere schaal: mensen leren jouw plek kennen voordat ze er ooit zijn geweest.
Stroom 2: toeristische beleving als zelfstandige businessunit
Hier wordt het voor de meeste agrarische ondernemers concreet. Bezoeken aan de boerderij zijn bij Jaspers geen losstaand activiteitje, maar een aparte businessunit met eigen prijsstelling, eigen marketingcyclus en eigen doelgroep. Denk aan rondleidingen, seizoensgebonden arrangementen, schoolbezoeken en thema-events.
De sleutel zit in seizoensspreiding. Een puur zomermodel levert drie goede maanden en negen moeilijke. Slim boerderijtoerisme verspreidt bezoekers over het jaar door verschillende ervaringen aan te koppelen: lammetjes kijken in het voorjaar, zomerse oogstdagen, een Halloween-route in oktober, winterse kerstmarkten in de schuur. Elke periode heeft zijn eigen haak.
Qua prijsstrategie geldt: beleving rechtvaardigt hogere marges dan product. Een pot jam verkoopt voor drie euro, maar een workshop jamkoken met dezelfde jam als uitkomst verkoopt voor vijfentwintig euro per persoon. Het product is hetzelfde, de ervaring is de toegevoegde waarde.
Stroom 3: merklicenties en co-branding
Dit is de meest geavanceerde inkomstenstroom, en tegelijk de minst kopieerbare voor starters. Wanneer jouw naam of huisstijl iets uitstraalt, iets vertegenwoordigt, dan willen externe partijen daarmee geassocieerd worden. Supermarktketens, streekproductenmerken of reisorganisaties betalen voor dat vertrouwen.
Voor kleine boerderijondernemers ligt hier een beperkte maar reële kans, namelijk als je een sterke regionale reputatie hebt opgebouwd. Een samenwerking met een lokale kaasmaker, een streekbierbouwerij of een educatief centrum kan wederzijds versterkend zijn, ook zonder dat er geld van licenties stroomt. Soms is de meerwaarde zichtbaarheid en bereik.
Het vliegwieleffect: hoe stromen elkaar versterken
Bij Jaspers werkt het als volgt: tv-kijkers worden geïnteresseerd in de boerderij, ze kopen een boek, plannen een bezoek, kopen merchandise en delen hun ervaring online. Elke stap voedt de volgende.
Voor een boerderij zonder mediaplatform werkt het vliegwiel trager, maar het bestaat wel degelijk. Een tevreden bezoeker deelt een foto op sociale media. Die foto trekt een nieuwe bezoeker. Die bezoeker schrijft een recensie op Google. Die recensie overtuigt een familie uit een andere provincie. Dat is hetzelfde principe, maar dan in een lager tempo en met een kleinere radius. De vraag is of je bewust investeert in de verbindingen tussen je inkomstenstromen of ze gewoon laat bestaan.
Wat de meeste agrarische ondernemers missen
Het fundamentele verschil tussen ‘activiteiten aanbieden’ en een coherent businessmodel bouwen zit in intentie. Veel boerderijen bieden een activiteitenmiddag aan omdat het een extra inkomstje oplevert. Dat is prima. Maar het is iets anders dan nadenken over welke activiteit het beste bijdraagt aan naamsbekendheid, welke de hoogste marge heeft, en welke het meest geschikt is om terugkerende bezoekers te genereren.
Een businessmodel vraagt om die drie vragen tegelijk te beantwoorden en de antwoorden vervolgens te koppelen aan concrete keuzes in planning, marketing en pricing.
Klein beginnen: drie diversificatiepatronen zonder tv-budget
Je hebt geen landelijke bekendheid nodig om een gelaagd model te bouwen. Hier zijn drie patronen die werken voor kleine agrarische bedrijven:
- Het ervaringsmodel: één kernactiviteit (kaasmaken, brood bakken, schapen scheren) wordt aangeboden in meerdere vormen: een gratis kennismakingsvideo online, een betaalde workshop ter plaatse, een thuisbrengpakket met ingrediënten en instructie. Drie inkomstenvormen uit één expertise.
- Het abonnementsmodel: bezoekers worden lid van een ‘seizoensclub’ en betalen een vast bedrag per jaar voor vier bezoeken, elk afgestemd op het seizoen. Voorspelbare cashflow, loyale klanten, en een reden om terug te komen.
- Het verhuurmodel: de schuur, het erf of de velden worden verhuurd voor externe events, fotoshoots, bedrijfsuitjes of bruiloften. De locatie verdient ook als jij er niets voor organiseert.
Deze drie patronen kunnen gecombineerd worden en hoeven niet allemaal tegelijk te starten. Begin met het patroon dat het beste aansluit bij wat je al hebt.
De valkuil van het Jaspers-model
Hier moet ik eerlijk zijn. Het model van Jaspers is voor een groot deel gebouwd op iets wat niet te repliceren is, namelijk een bestaand mediapubliek dat haar naam al kende voordat de boerderij ooit bezoekers ontving. Dat publiek fungeerde als een gratis startkapitaal in de vorm van aandacht.
Wie dat mediapubliek niet heeft, moet aandacht kopen of opbouwen. Dat kost tijd, geld of creativiteit, liefst alle drie. De gevaarlijke aanname is dat een mooi boerderijconcept vanzelf bezoekers trekt. Dat doet het niet, ook niet als het concept goed is. Distributie, zichtbaarheid en herhaling zijn net zo belangrijk als het aanbod zelf.
Een tweede valkuil: te snel te breed gaan. Wie tegelijk workshops organiseert, een webshop begint, vergaderruimte verhuurt en een YouTube-kanaal opbouwt, versnippert energie zonder ergens écht goed in te worden. Begin smal, wordt uitstekend in één ding, bouw daarna uit.
Maatstaven om je eigen model te toetsen
Tot slot een praktisch hulpmiddel. Kijk naar je inkomstenstromen en stel voor elke stroom drie vragen:
- Draagt deze stroom bij aan merk? (Worden mensen bewuster van wie ik ben en wat ik doe?)
- Draagt deze stroom bij aan cashflow? (Zorgt het voor stabiele, voorspelbare inkomsten?)
- Draagt deze stroom bij aan schaal? (Kan ik meer omzet halen zonder evenredig meer werk?)
Een gezond model heeft voor elke categorie minimaal één inkomstenstroom. Workshops dragen bij aan merk en cashflow, maar schalen slecht want er zijn maar zoveel uren in een dag. Een online cursus of een abonnementsproduct schaalt beter. Verhuur scoort op cashflow en schaal, maar bouwt weinig merkidentiteit op als je het anoniem doet.
De combinatie van de drie bepaalt hoe veerkrachtig jouw boerderijtoerisme verdienmodel is op de lange termijn.
Yvon Jaspers bouwde iets bijzonders, maar de kern van haar aanpak is geen geheim: meerdere inkomstenstromen rond één locatie die elkaar versterken, een herkenbaar verhaal dat bezoekers aantrekt, en een prijsstrategie die beleving beloont boven product. Geen van die drie vereist een tv-contract.
Wat het wel vereist, is de bereidheid om jouw boerderij niet alleen te zien als productiebedrijf, maar als merk, als locatie en als ervaring tegelijk. Dat is een andere manier van denken, en een concretere basis voor een stabieler inkomen dan één inkomstenstroom ooit biedt.